Stellendam - Belgie
Na een aantal dagen waldienst kunnen we donderdag weer naar de boot. Om 12:00 liggen we in de sluis, samen met een ander jacht en de RWS23 die zijn Europanummer niet weet. Blijkbaar wordt voor de beroepsvaart bijgehouden wie de Goereesesluis gebruikt, want ze gaan er lang over door op de marifoon.
We vertrekken met redelijk weer en een dreigende lucht. De wind is noordwest, dus het Slijkgat is weer de gebruikelijke stamppartij, zeker als je het op de motor doet zoals wij. We willen richting Oostende, dus kruisen is geen optie want dan wordt het zeker nachtwerk. Ook langs de kust is voor ons de wind net te westelijk om te kunnen zeilen. We varen eerst naar het zuidwesten op de motor, en hijsen de zeilen na anderhalf uur op de motor. Het is dan mooi weer geworden, vrijwel onbewolkt. We lopen dan ca 40 graden aan de schijnbare wind, genoeg om twee uur te kunnen varen, tot voor de Kop Schouwen weer te dicht bij de zandbanken komen. We varen een half uurtje met de motor pal tegen de wind naar boei NBJ om de Banjaard zandplaten te kunnen passeren. Vandaar weer verder op het zeil. Het blijft hoog aan de wind varen met hoge golven. Er staat maar 13 knopen wind, maar aan de golven zou je dat niet zeggen. We krijgen veel water over de boot.
Bij de Westerschelde monding is het weer tijd om te kruisen, maar dan hebben we ook de stroom inmiddels tegen. We doen nog wel een slag, maar alle hoogte die we gewonnen hebben is weer weg als we in de vloedstroom van de Schelde komen. Toch nog even proberen.
Inmiddels heeft Elly gekookt, lasagna in de oven. Als ze de overdeur opendoet zorgt een golf ervoor dat de lasagna bakjes op zijn kop op de deur van de oven liggen. Een geweldige bende dus. Er is nog wel genoeg over om van te eten.
Na het eten en het opruimen van de ergste troep starten we om negen uur de motor. Richting Blankenberge maar, waar we om tien uur de haven invaren. Er zijn nog twee havenmeesters actief, de eerste stuurt ons weg want de haven is vol. De havenmeester van De Vrije Noordzeezeilers helpt ons heel vriendelijk; hij neemt me mee in zijn dinghy en vaart de haven rond op zoek naar een plekje. Het wordt langszij een andere boot. Al met al is het elf uur als we vastliggen. We hebben de 55 mijl (volgens Reeds) afgelegd in 10 uur.
De volgende ochtend verkennen we eerst Blankenberge. Wel een leuke plaats met veel terrasjes en een grote vrijdagmarkt.
Zeker een stop om te onthouden. Als 's middags de stroom weer mee staat gaan we verder naar de Nieuwpoort, een klein stukje
langs de kust. De wind is net als gisteren 13 knopen en uit dezelfde richting, maar de zee is nu vrijwel vlak. Dat vaart toch
comfortabeler. We varen op de motor een stukje uit de kust (daar zijn geen wolken), en zeilen dan aan de wind (35-40 graden)
naar Nieuwpoort. We lopen 6 a 7 knopen door het water. In Nieuwpoort vecht ik met het wireless internet van de haven; uiteindelijk
lukt het wel om mail op te halen, maar het kost heel veel tijd.
Om elf uur hijsen we de zeilen voor de kust, onder een dreigende buienlucht, maar met een zonnetje en 10 knopen wind.
We komen een groep boten tegen die met de stroom mee naar het noorden varen, tegen de donkere lucht steken de zeilen mooi af.
Na een klein uur wordt de lucht wel erg donker, en gaan we nadenken over een rif. Dat duurt niet lang, nog voor Elly haar
zeilpak aanheeft barst de bui los. Nu staat er 25 knopen wind, en uit het zuidwesten. Dat is nog een beetje vroeg, we moeten
nog verder langs de geul voor de oversteken bij de Ruytingen Noord boei. Voor ons is dat nu niet meer bezeild, zeker niet met
de stroom naar het noorden. We zeilen nog een poosje, maar drijven te ver weg.
Gelukkig hebben we een trouwe dieselmotor die ons naar de boei brengt.
In Ramsgate leggen we aan naast een tweetal motorboten. Een heel flottielje is zich aan het verzamelen voor een georganiseerde
tocht naar Nederland. Ramsgate ziet er leuk uit vanuit de boot. Het havengidsje raad Broadstairs aan als een leuk plaatsje
om te bezoeken, '30 minuten lopen', leuke excursie voor morgen.
Als we zondagochtend op pad gaan, lopen we Olav met zijn gezin tegen het lijf. Kleine wereld, wel leuk! Olav heeft de keuring
van onze boot gedaan vorig jaar. Broadstairs blijkt een uur lopen van Ramsgate te zijn, maar is zeer de moeite waard. We zijn er
tijdens de 'Folk week'; het stadje is bomvol en erg gezellig. De volksdansen zijn wel leuk om te zien,al was het alleen al voor
de kleurrijke kleding die sommige groepen gebruiken. Met een beetje geluk vinden we een plekje op een terras om mensen te bekijken.
Een leuke mix van strandgangers en netjes aangeklede folk-toeristen.
Terug in Ramsgate lopen we langs een internetcafe waar Gilbert de mail kan ophalen.
Daarna zetten we onze namen in het gastenboek van de Yacht Club. Een sjieke, echt Engelse club met een mooi uitzicht
op de haven.
De wind is zuid, ca 8 a 10 knopen. We varen een klein stukje op de motor, en hijsen de zeilen bij Broadstairs. Met een gezapige
snelheid van 3 a 4 knopen over de grond naar de Outer Fisherman boei. Het is schitterend weer, lekker warm. Om een uur of elf
draait de wind naar het westen, en valt ook grotendeels weg. We hebben nog een eind te gaan, dus met de motor verder. De zeilen
laten we staan voor betere tijden, en het scheelt wellicht nog een paar tiende knoop.
De Thames is erg stil; de Fisherman geul is
bedoeld voor loodsen en grote vaart, maar wij zien er alleen een Jan van Gent en een ander zeilbootje.
Ook als de scheepvaartroute ("Fisherman's Gat") oversteken is er maar een schip te zien, in de verte.
We varen verder pal noord over Sunk Sand, en dan westelijk naar de Swin Spitway boei.
In vrijwel windstil weer komen we langs een groot nieuw windpark, Gunfleet Sand.
De 'haven' van Brightlingsea is een steiger in de geul voor het plaatsje. Na een VHF oproep komen de havenmeesters ons tegemoet
om te helpen met aanleggen. We hadden het zwaard helemaal opgedraaid, dat maakt het manoevreren niet echt makkelijk. De boot drijft
gewoon weg met de stroom in de kreek. We krijgen de beste plek van de haven zoals ze zelf zeggen, voorin de geul.
Heel vriendelijk, heel gemoedelijk. Achteraf vertelt de havenmeester dat hij ons gelijk heeft ingedeeld in de categorie van de Southerly's,
en 'die kunnen niet manouvreren, die kun je het beste vooraan leggen'. Net als wij zijn dat boten met een hefkiel.
Om aan kant te komen moet je een watertaxi bellen, die je dan voor een pond per persoon overzetten.
De watertaxi gebruikt
channel 37 op de marifoon, maar dat kanaal kunnen wij niet kiezen. Als na een rondje door het dorp weer bij de boot worden afgezet,
wenst de veervrouw ons welterusten. Zo'n plaatsje is het, wel leuk.
Bij Brightlingsea zien we de boten van de het Windmolenpark Gunfleet Sand regelmatig vertrekken
en aankomen. Alle reden dus om eens een praatje te maken met de schipper van de offshore boot die naast ons ligt.
Hij vertelt dat het windmolen park is nog maar pas is opgeleverd en nog in de garantieperiode zit, waarin veel
preventief onderhoud wordt gedaan. Alle molens moeten eens per jaar worden onderhouden, en zo'n onderhoudsbeurt duurt
ongeveer een week. Er zijn 48 molens, dus alleen al het onderhoud houdt een ploeg en boot een jaar bezig.
De onderhoudsploeg wordt met de werkboot naar de molen gebracht. Terwijl de ploeg aan het werk is, blijft de boot
standby om in geval van problemen gelijk de eventuele gewonden naar de wal te kunnen brengen.
Soms maken ze lange dagen, maar soms is een molen maar gedurende circa 5 uur voor de boot bereikbaar omdat hij te
hoog op de zandbank staat voor de boot. Hij vertelde ook dat je best met je zeilboot door de windparken heen mag
zeilen, zolang je maar een beetje afstand tot de molens houdt. Alleen bij reparaties -- komende weken moeten er
wieken worden vervangen -- wordt een veiligheidszone ingesteld. Als het zo uitkomt gaan we dat nog eens doen,
door het park heenvaren. De schipper is wel blij met het windmolen park, het geeft veel werkgelegenheid in de regio.
Ik heb 's ochtends niet zo goed opgelet, als we uit de haven van Brightlingsea vertrekken is het al half elf, en rond een
uur worden we verwacht in de sluis van Heybridge aan het einde van de Blackwater River. Het is ongeveer 15 mijl, dus met een
beetje wind en stroom mee komen we misschien nog een heel eind. Inderdaad loopt de boot wel ruim 5 knopen, maar we moeten pal tegen de
wind in. Kortom, dat gaan we niet redden. Dat heb je ervan als je aan de praat raakt en dan ook nog mail gaat lezen.
Op de motor dus tegen de wind in naar Heybridge. Onderweg zien we een mooi klassiek zeiljact opkruisen. Er zijn veel oude
zeiljachten actief. Voor ons op de steiger in Brightlingsea lag een raceboot uit 1909, die door de huidige eigenaar weer helemaal
in race-vaardige toestand is gebracht. "Very expensive" volgens hem.
Voor erbij had de man ook nog een klein racebootje uit 1935, waar hij ook wedstrijden mee voer. Een echte liefhebber dus.
Met de hulp van de motor zijn
we even voor een uur bij Heybridge. We varen nog even door naar Maldon, aan het einde van de rivier.
Daarna de sluis bellen om onze komst te melden. De deuren gaan om 13:20 open, er komen wat bootjes uit en dan mogen wij erin. We varen met
twee andere boten in de sluis. Er staat een heel ontvangstcommittee gereed: de sluismeester en een groot aantal assistenten. De oudste is
een man van (denken we) dik ik de tachtig die nog met veel overgave lijnen aanpakt en aantrekt. Als we binnen zijn, gaan de deuren aan de
andere kant open. De bedoeling is dat we keren achter de sluis en dan weer de sluis invaren om te overnachten. Zo geschiedde.
En dat alles zonder een tikje van de boegschroef!
Als we eenmaal liggen maken we een stevige
wandeling naar Maldon. Een oude handelstad, waar ook weer de nodige klassieke schepen liggen, Thames Barges waarmee indertijd vracht werd
vervoerd in de kreken van Thamesmonding. 's Avonds eten we in de pub bij de sluis.
De kreek naar sluis is dan niet meer dan een stroompje in modder.
's Ochtends is het heel stil bij de sluis van Heybridge, en als het sluisje dan bijna opengaat wordt het ineens druk. Het terras loopt vol
met toeschouwers, de bejaarde sluishelpers verschijnen, en de sluiswachter is ook weer actief. Het tij in Heybridge is bijzonder: gedurende een
periode van 5 uur is geen water in de rivier, en daarna loopt het snel vol. Wij waren er tijdens een springvloed, en dan komt de laatste
meter binnen een uur. Rond hoog water heb je dan de brede rivier. In de korte periode dat het water hoog staat moet het sluisje schutten,
vandaag moesten er 20 jachten uit en 10 in. Wij verder voorin de sluis gelegd, waarna er zoveel mogelijk boten bij werden gevaren. Schuin achter ons lag
de voorzitter van de vereninging van Kamperland, te herkennen aan het vereningingsvlaggetje. Kleine wereld.
Met acht boten voeren we met de eerste lichting uit de sluis weg, pas nadat we Jane hadden beloofd volgend jaar weer terug te komen.
Het is warm, de warmte die hoort bij een windstilte voor een bui.
We varen eerst op de motor door de zeilwedstrijd van de dag. Het lijkt wel alsof er altijd races zijn
met kleine bootjes. Na een half uurtje varen komt er wat wind, en hijsen we de zeilen. Net als we ons afvragen of het wat gaat worden komt de bui
door met regen en wind. Binnen een kwartier gaan we van 8 naar 20 knopen rugwind. Dat schiet lekker op, we lopen al snel 8 a 9 knopen over de grond.
Snel genoeg om in een tij Titchmarsh te kunnen halen bij Harwich, waar we dan na het laag water aan komen. We varen langs de kust, die ook hier gevuld
is met strandhuisjes en hotels. De luchten blijven dreigen, maar veel regen hebben we niet meer.
De wind blijft goed doorstaan, de stroom ook, dus we zijn heel snel bij Walton-on-the-Naze aan de Noordzeekant. Als we de Walton Backwater willen
invaren staat er nog een ebstroom, we komen dus echt met laagwater aan. En een extra laag laagwater wat hoort bij een springtij.
De kaart geeft een aantal plaatsen
diepten rond 1 meter aan, dus dat wordt spannend. De aanloop gaat goed, we meten steeds 1.5 meter water. Als we dan in de schorren de hoofdgeul moeten
verlaten richting Titchmarch liggen de rode boeien droog. De kaart geeft 80 cm aan, maar we hebben ruim een meter. Weer een drempel genomen. We varen
nu door een wat dieper deel van de geul verder naar de haven, door een zeer groot aantal boten die op moorings vastliggen. Vlak bij de haven is nog een
ondiep stuk, waar de dieptemeter het niet meer kan meten, maar we voelen geen schokken. Onze ervaring leert dat het dan ca 1.2 meter is.
De voorspelling voor vandaag is slecht, veel regen. Maar het valt heel erg mee,
als we even na 12:00 uur losmaken is het droog en is er af en toe een zonnetje. Het
wegvaren gaat niet makkelijk, we hebben we het zwaard nog helemal omhoog staan.
Dan stuurt hij echt niet. We motoren het Walton Channel uit, weer tussen alle boten
aan de mooring. Als we in de brede kreek zijn, het Hamford water, varen we nog een eindje
het schor in. Nu het halftij is, zijn de kreken een stuk breder dan toe we aankwamen
bij eb. We hijsen het zeil, en kunnen de kreek uitvaren op het zeil. We hebben stroom
tegen, maar lopen toch nog 4 a 5 knopen over de grond. Het is druk in de kreek met
ingaande en uitgaande zeilboten. Op de foto een aantal oude vrachtboten die
gebruikt worden om de geul te markeren.
Eenmaal uit de schorren gaan we richting Harwich. Er is geen grote vaart, dus we
kunnen rustig langs de containerkade de rivier Orwell opvaren, grotendeels
voor de wind. Inmiddels hebben we
stroom mee, en varen we door een het glooiende Engelse landschap. Heel anders dan in
Nederland. Klassieke bootjes die op een mooring in de rivier liggen.
Ook in hier vormen de boten op mooring een boeienrij in de rivier, dit keer zijn
de boten evenwel nog gewoon in gebruik.
We gaan onder de Orwell Bridge door, de eerste brug waar sinds we de boot hebben
onderdoor kunnen varen. Bij de brug moeten we ons aanmelden voor het sluisje in het
centrum, maar de sluiswachter zegt alleen maar 'let op het groene licht'. Eenmaal bij
de sluis is duidelijk waarom: rond hoogwater staat de sluis gewoon open. We kunnen dus zo
doorvaren en krijgen een mooie plaats op het 'hammerhead' (eind) van een steiger.
Zondag zijn we in Ipswich en verkennen we de stad een beetje. Vooral rond de haven wordt
heel veel opgeknapt, oude pakhuizen worden appartementen en kantoren, maar er wordt ook veel
nieuw gebouwd. Het lijkt dat er wel sneller wordt gebouwd dan verhuurd, er staan veel 'to let'
borden.
Shotley is een goede haven om te vertrekken naar Nederland. De haven heeft een sluisje, dus ik had
daar een beeld bij van wachten op de volgende schutting. Maar het is een klein en efficient sluisje, wat
per aankomende boot schut, als we aankomen wordt een bootje geschut, maar we kunnen gewoon langzaam
doorvaren. De wanden zijn helemaal met rubber kussen bedekt, je hebt eigenlijk geen
stootwillen nodig. Onderweg naar Shotley was het nog bewolkt, maar als in de haven
zijn krijgen we nog een mooie en rustige avond. Er is niet veel wind meer, de zon
gaat mooi onder achter de heuvels. Shotley heeft twee gezichten: achter de haven een glooiiend
Engels heuvellandschap, en aan andere kant van de River Orwell de containerhaven van Felixstowe.
Naarmate de dag vordert neemt de wind toe. Toen we wegvoeren was de parasailor leuk geweest (13 knopen
in de rug), maar om 11 uur waren het 18 knopen en om 4 uur 25 knopen (dikke windkracht 6). Dat was nieuw
voor ons. We zijn begonnen met een vol grootzeil en genua, en geeindigd met een 2e rif in het grootzeil
en de kotterfok. We voeren uiteindelijk dus met weinig zeil. We hebben steeds geminderd als de stuurautomaat het niet
meer trok. Het probleem is dat de boot met de grote golven (2 meter?) voor de wind gaat slingeren.
De stuurautomaat probeert dan bij te sturen, maar op een bepaald moment lukt dat niet meer. De automaat
levert dan maximale roeruitslag. Eigenlijk is dat niet goed, het roer wordt dan meer een rem dan
een roer. Soms herstelt de boot zich "vanzelf", maar uiteindelijk loopt de boot dan uit het roer en
moet je hem weer voor de wind krijgen.
Dat is dan lastig omdat je daar eigenlijk teveel zeil voor hebt. Anyhow, zeil minderen lost het
probleem op. Met de hand sturen helpt ook wel een beetje, maar uiteindelijk win je er niet heel
veel mee. Dus eerst reven, dan kotterstag, dan weer reven. En uiteindelijk toch een goed
gevoel dat we ook met windkracht 6 de Noordzee kunnen oversteken.
Woensdagochtend zijn de passanten uit onze box weg, en kunnen we de boot doorschuiven. Verder komt er woensdag niet
veel meer uit onze handen, een beetje poetsen en dat is het wel.